Linck staat voor verbinden. Tussen ‘groen’ en ‘stad’. Maar ook tussen bewoners. De zeven dakterrassen en twee gezamenlijke binnenruimtes moeten dat onderlinge contact gaan stimuleren. Ook de stichting Coloci gaat daar, op een ongedwongen manier, bij helpen. Medeoprichter en voorzitter Jeroen Loeffen spreekt over ‘een zetje in de goede richting’.
Wat doet Coloci precies?
Jeroen Loeffen: “We houden ons al 25 jaar bezig met gemeenschapszin. We stimuleren contact tussen mensen onderling en tussen mensen en organisaties. Je kunt geen gemeenschappen bouwen, maar wel voor de randvoorwaarden zorgen waardoor die gemeenschappen kunnen ontstaan. Dat begon ooit met kinderen en jongeren op scholen en in buurten. De laatste twintig jaar hebben we ruim 300 burgerinitiatieven ondersteund. Dat gaat vooral om buurten waar mensen zochten naar meer oog voor elkaar, meer steun aan elkaar en meer plezier met elkaar.”
Hoe zorgen jullie daarvoor?
“We zijn een belangeloze buitenstaander die nergens aan verbonden is. Het gaat voor ons alleen om de mens, los van entiteiten. We voeren gesprekken, het liefst in groepen, over de woonomgeving van mensen. Daarin polsen we of er behoefte is om anderen te leren kennen. Als dat zo is, kunnen we ze met elkaar in contact brengen. We helpen ook als mensen op willen komen voor de belangen van hun buurt, bijvoorbeeld richting de gemeente. Niemand is daarbij iets verplicht. Mensen bepalen zelf waar de verbinding begint en eindigt. De gemeenschap heeft altijd zelf de regie.”
Hoe gaat dat eruit zien bij Linck?
“Ook daar beginnen we met proeven wat mensen graag willen en of ze daar anderen voor nodig hebben. Misschien vormt zich dan één gemeenschap, maar misschien ook wel twee of drie. Dat is heel normaal. Met kleine interventies kunnen we gesprekken op gang brengen. We helpen bewoners ook om niet in valkuilen te stappen. Sommige mensen willen van alles organiseren. Die beschermen we tegen zichzelf, door erop te wijzen dat ze beter samen op kunnen trekken. Misschien gaan we al gesprekken voeren voordat de bouw klaar is. Ook dat hangt af van wat mensen fijn vinden.”
Voor de duidelijkheid: jullie gaan dus niet zelf een barbecue of een tafeltennistoernooi organiseren?
“Nee, zeker niet. Mensen moeten het zelf doen. Wij worden ook geen onderdeel van de gemeenschap.”
Waarom is het belangrijk dat Linck-bewoners het goed met elkaar kunnen vinden?
“Mensen die daar komen te wonen hebben natuurlijk al hun eigen sociale netwerk. Dat gaan ze niet ineens loslaten. Maar je kunt je wel afvragen of je buren alleen nodig hebt voor praktische dingen, of dat het ook leuk is om goed contact te hebben. De meeste mensen vinden het laatste. Sommigen zoeken uit zichzelf contact, maar anderen hebben een zetje nodig.”
Is jullie aanpak een garantie voor succes?
“Nee, je kunt nooit garanderen dat iedereen gelukkig wordt. Iedereen die bij Linck betrokken is, doet daar alles aan, en wij geven een extra zetje in de goede richting. Toch is het uiteindelijk altijd aan de mensen zelf om elkaar te vinden.”
Wat vind je bijzonder aan Linck?
“Het voorziet in een nieuwe behoefte van mensen. Woonbetrokkenheid en dingen samen delen zijn de laatste jaren erg populair. De zuilen zijn lang geleden al weggevallen en sportverenigingen spelen een steeds minder grote rol. Maar de behoefte om mensen te ontmoeten blijft. Brabant heeft daarnaast een historie met grote familiefeesten, met makkelijk dertig mensen over de vloer. In de woningen van tegenwoordig is daar niet altijd plek voor. Dan zijn collectieve ruimtes, zoals Linck die heeft, heel fijn. Elke gemeenschap gaat daar anders mee om. Ik ben heel benieuwd hoe dat bij Linck gaat.”